Armoede-Financieel

Wanneer we denken aan de financiële kant van armoede, wordt het allereerst aan het leefloon gedacht. Maar het gaat om veel meer dan dat. Hier volgen enkele voorbeelden.

Minimumloon

Tot de dag van vandaag werd het minimumloon niet officieel in de Belgische wet vastgelegd. Sinds 1975 wordt dit bepaald tijdens onderhandelingen tussen de sociale partners.
Het minimumloon kan variëren van bedrijfstak tot bedrijfstak. Beide partijen, zowel vakbonden én werkgevers, moeten overeenkomen om het minimumloon te verhogen.

Het is ook goed om te weten dat het minimumloon niet alleen geldt bij de klassieke 38-uren week. Wanneer men minder werkt, wordt het minimumloon in verhouding gesteld met het aantal gewerkte uren.

Wanneer we de bedragen specifiek bekijken zien we deze resultaten:

Vanaf 21,5 jaar moet men €387,48 krijgen.
Vanaf 21,5 jaar + 6 maanden anciënniteit moet men €1 424,31 krijgen.
Vanaf 22 jaar + 12 maanden anciënniteit moet men €1 440,67 krijgen.

We hebben het hier over de brutobedragen gewaarborgd gemiddeld minimummaandinkomen voor het verrichten van normale voltijdse arbeidsprestaties.

Minimumpensioen

Over het minimumpensioen kunnen we kort zijn. Het is het bedrag waarmee men minimaal moet kunnen meedoen met alle aspecten van het maatschappelijk leven.
Wanneer we naar de bedragen kijken zien we dat er nog een onderscheid gemaakt wordt tussen een rustpensioen en een overlevingspensioen.

Het rustpensioen is een pensioen dat wordt toegekend op basis van een persoonlijke beroepsloopbaan als werknemer, zelfstandige of personeelslid van de openbare sector.
Het overlevingspensioen is de uitkering die men ontvangt voor een vroegere arbeidsperiode van een overleden echtgeno(o)t(e).

Ziekte- en invaliditeitsverzekering

Deze uitkeringen zijn veel ingewikkelder dan de bovenstaande twee. Vooral omdat er veel onderscheiden gemaakt worden, en daaruit wordt dan besloten hoeveel men zal krijgen als ondersteuningsgeld.
Hier worden de uitkeringen niet enkel begrensd door een minimumbedrag, maar ook door een maximumbedrag. Zelf het tijdstip speelt een rol bij deze verzekering.

Om hierop verder te gaan, moeten we eerst weten wanneer iemand invalide is. Er wordt pas van gesproken wanneer men langer dan één jaar arbeidsongeschikt is (dus bij een kortere periode is men arbeidsongeschikt).

Tegemoetkomingen aan personen met handicap

De tegemoetkomingen worden nog eens in drie groepen verdeeld:

* Inkomensvervangende tegemoetkoming
* Integratietegemoetkoming (-> een uitkering voor gehandicapten die door een vermindering van zelfredzaamheid extra kosten hebben.)
* Tegemoetkoming voor help aan bejaarden

De drie bovenstaande zaken kunnen afzonderlijk of tegelijk worden toegekend. Enkel de inkomensvervangende tegemoetkoming vervangt het loon.

Men krijgt deze tegemoetkoming wanneer men, wegens een handicap, niet meer in staat is een derde te verdienen van hetgeen wat een gezond persoon krijgt voor hetzelfde werk. De berekening hangt niet alleen af van de inkomsten van de persoon met een handicap, maar ook van de persoon met wie de persoon met een handicap samenwoont.

Unless otherwise stated, the content of this page is licensed under Creative Commons Attribution-ShareAlike 3.0 License